Zakenman Tony Kiritsis houdt hypotheekadviseur Richard Hall gevangen met een dead man's wire om diens nek, een dodelijke constructie die elke politie-ingreep onmogelijk maakt.
Dead Man’s Wire is door Rick Schuttinga op 17 maart 2026 beoordeeld met een 6,5 / 10.
In de opening laat Dead Man's Wire geen tijd onbenut, vrijwel direct duiken we de actie in. Je vraagt je daardoor wel af hoe we de gijzeling het komende uur en drie kwartier gaan doorbrengen - een mediacircus wat in het echt, in februari 1977, maar liefst 63 uur duurde.
De manier van vertellen is subtiel spottend: richting de situatie, veelvuldige mediaberichtgeving, de omvang van de politie, maar misschien nog wel het meest richting ontvoerder Tony Kiritsis (Bill Skarsgård), een man waarvan je vermoed dat hij heel slim is, juist niet bijzonder pienter of dat hij een act opvoert.
‘Austin Kolodney schrijft, Gus Van Sant regisseert en Saar Klein edit de film tot een vreemd werkend geheel.’
Het gekidnapte slachtoffer is verre van memorabel, zo ook Al Pacino als zijn vader. Naast Tony is het alleen deejay Fred Temple (Colman Domingo) die sjeu geeft aan de film als het gaat om personages. Er zijn verder nog wat zijverhalen toegevoegd, maar de reden dat Dead Man's Wire prima werkt is het tijdsbeeld van vijftig jaar geleden, de ontvoering en het niet weten hoe het afloopt én alle eigenaardigheden in verhaal en montage. Austin Kolodney schrijft, Gus Van Sant regisseert en Saar Klein edit de film tot een vreemd werkend geheel.
Dead Man's Wire is een misdaadfilm maar zeker geen thriller, ook is het geen karakterstudie. Tony vindt dat hij voor vele miljoenen dollars is opgelicht en zoekt daarom gerechtigheid. Tot op zekere hoogte doet hij dat op beleefde en menselijke manier, daardoor vermoed je dat hij zijn slachtoffer nooit ook maar een haar zal krenken.